woensdag 11 maart 2009

79

Er stonden twee grote tafels in de personeelskamer. Net genoeg voor de zestien docenten die er huisden. Het was mijn eerste dag op school en bescheiden zocht ik een stoel aan het uiterste einde van de ruimte. Het gegrinnik van de mensen die mijn collega's zouden worden, vatte ik op als een vriendelijke ontvangst. Een enkeling haalde een zakmes tevoorschijn en begon een appeltje te schillen. Er werd niet gepraat. Als een schuchter dier was ik gespannen op mijn hoede en ik schrok dan ook toen iemand me op de schouder tikte. Een wiskundedocent keek me aan en legde zijn appel en mes voor me neer. Pas toen begreep ik de spot op de gezichten om me heen. Ik stond op en zocht voorzichtig een andere plek. Ik heb maanden gezwegen in de pauzes.
Wat ben ik blij dat de hedendaagse jonge docent zo slecht haar plaats weet. Zij vermoedt wat er in de klas te gebeuren staat. Zij twijfelt, maar zonder schroom
schilt zij meteen haar appeltje mee. Ze praat in de pauzes over onderwijs. Zij doet het beter dan ikzelf of die paar docenten die niet van hun plaats kunnen komen.