84
Mijn loopbaan ben ik begonnen als onderwijzer op een lagere school voor meisjes die gerund werd door nonnen. Ik hoor nu nog mensen met trots vertellen dat ze in die tijd veertig-vijftig kinderen in de klas hadden. "Zie je wel," klinkt het, "wij konden ze nog aan." Gezeik. Het was een makkie om die vijfenveertig meisjes aan het werk te houden. Hun leven was overzichtelijk en hun omgeving op elke plek gelijkvormig. De jeugd, die geweldige jeugd, die onze scholen nu bevolkt is van een ander, rustelozer kaliber. Hun wereld is een voortdurend bewegende caleidoscoop van indrukken.
En zij kunnen hun wereld beter aan dan wij die voor hen staan. Misschien dat de docent (en daarmee de leerling) geholpen was, als we de klassen niet zo dicht bevolkten.