vrijdag 3 april 2009

56

Aan mijn wieg stonden mijn drie tantes, tante Sjaan, tante Cato en tante Pauline. Althans zo verhaalde mijn moeder regelmatig, als er weer eens iets mis dreigde te gaan met mijn opvoeding. Tante Pauline vond me een engeltje. Daar was tante Cato het helmaal niet mee eens: "Het jong heeft iets duivelachtigs". Waarop mijn tante Sjaan, mijn peettante Sjaan, concludeerde, waarschijnlijk om de geit en de kool te sparen:"Die jongen heeft het allebei. Iets van een engel, iets van een duivel". Mijn moeder vertelde het verhaal alleen maar als de duivel in me weer eens boven was gekomen.
Op mijn kantoor hangt een drieluik. Als je de deurtjes dichtdoet is een byzantijns engeltje zichtbaar. Sla je de panelen open, dan schreeuwt je een duivelse baviaan toe.
Mijn vriendin vindt dat tante Sjaan gelijk had.