60
Toen ik een tiental jaren geleden vicevoorzitter werd van het samenwerkings-verband vo-vso, duizelde het me toen ik kennismaakte met alle instanties en regelingen die er bestonden voor speciale jeugd. Alle zorg was gecatalogiseerd, alle kinderen in ordners ondergebracht en opgeslagen. Vele vergaderingen gingen voorbij waarin ik me voelde dwalen door een jeugdzorglandschap waarin een geheimzinnige wartaal gesproken werd. Zakken met subsidies gingen op aan deskundologen die die taal wel spraken en dat vaak en veel deden.
Langzaam vond ik me, in de jaren die volgden, een weg in de Babelse spraakverwarring. We groeiden naar een situatie waarin alle problemen achter één loket terecht zouden komen. Daar werd zuiver Nederlands gesproken.
Tot ik vandaag afscheid nam als voorzitter van het Platform Passend Onderwijs en een adviseur opgewekt het plan van de gemeentes voor één loket vertaalde als een loket voor autisten, een ander loket voor moeilijk opvoedbaren, een derde loket voor...
Ik stond weer sprakeloos.