73
Jan Klein was mijn docent Nederlands op het gymnasium. Hij bestookte ons vanaf de tweede klas met klassiekers als Vondel en Gezelle. Hij wist de veertienjarigen onder te dompelen in de gedragen verzen uit de voorbije eeuwen. Vanachter het bord stormde hij tevoorschijn en overrompelde ons met het "Wapen, wapen" uit de Gijsbrecht. Ik declameer nog graag op zijn broze toon "Hoe zeere vallen ze af, de zieke zomerblâren".
Zelf maakte ik als docent mee, dat een vijfde klas meegesleept werd door "Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan". Een klas pubers meegezogen in het weliswaar oude, maar nog steeds overtuigende proza van Couperus. Bezig met problemen die eigenlijk de hunne nog niet waren.
Kinderen en kunstenaars, een combinatie die nooit te vroeg komt en nooit te moeilijk is.